| Nederlands | Afrikaans (onregstreeks vertaal) | Esperanto |
|---|
| (akte; document; papier; schriftuur; oorkonde) | | |
🔗 Morgen kom ik zelf met de nodige stukken ter ondertekening.
|
| (toneelstuk) | | |
🔗 Zijn gezicht was zo kalm alsof hij in de schouwburg naar een stuk keek waarvan hij verloop en ontknoping al kende.
|
| (defect; kapot) | ; | |
| (deel; gedeelte; onderdeel; part) | ; ; | |
🔗 Conan liep op het in elkaar gevallen stuk toe, deed een paar passen achteruit en stormde toen naar voren.
|
| (bonk; brok; eindje) | | |
🔗 Zoals u wel begrijpen zult, moest ik daarbij wat rotsblokken en stukken boomstronk verwijderen die me in de weg stonden.
|
| (schilderij; schildering; schilderstuk) | | |
🔗 De enige die macht over hem heeft, is de vent die z’n handtekening op het stuk heeft gezet.
|
aan één stuk door | | |
| (verscheuren) | | |
🔗 Hij wist wel dat er in de tuin een geweldige woeste hond rondzwierf die weleens indringers aan stukken had gescheurd, zoals een jachthond een konijn verscheurt.
|
een stuk of (circa; ongeveer; plusminus; zowat; grofweg; zo’n; omtrent) | ; ; | |
op geen stukken na (lang niet) | ; | |
voet bij stuk houden | | |
| (munt; muntstuk) | | |
🔗 Ieder normaal persoon zou zo’n geldstuk hebben gehouden.
|
| (meubel) | ; | |
🔗 Een bed is niet zomaar een meubelstuk.
|
| (geldstuk; munt) | | |
🔗 Ik zuchtte en deed de muntstukken in het toestel.
|
schilderstuk (schilderij; schildering; stuk) | | |
| (breken; dóórbreken; verbreken) | | |
stukgaan (breken; afbreken) | ; | |
| (snipper) | | |
| (kapotmaken) | | |
| (stuk) | | |
🔗 En ik heb gehoord dat er een toneelstuk van u in Londen wordt vertoond, meneer.
|
| (opgave; probleem) | | |
🔗 Ja, dat was een moeilijk vraagstuk.
|