| Nederlands | Afrikaans (onregstreeks vertaal) | Esperanto |
|---|
| (groeien; aangroeien; toenemen) | | |
🔗 De volgende dag steeg Bonds opwinding.
|
| (rijzen) | | |
🔗 Nog steeds steeg het water.
|
| (klimmen; naar boven gaan; opgaan; opstijgen; omhooggaan; beklimmen) | | |
🔗 Toen besteeg hij met snelle tred de trap.
|
| (instappen; in een auto stappen) | | |
🔗 Hij gaf het voorbeeld door achter het stuur te springen, en omdat de motor nog aanstond, reed het voertuig al voordat de eigenaar had kunnen instijgen.
|
| (klimmen; naar boven gaan; rijzen; bestijgen; opgaan; omhooggaan; beklimmen) | | |
| (uitstappen) | ; | |