Nederlands–Afrikaanse woordeboek

Afrikaanse vertaling van die Nederlandse woord spreker

Nederlands → Afrikaans
  
NederlandsAfrikaans (onregstreeks vertaal)Esperanto
🔗 De spreker vervolgde zijn toespraak.
(praten);
🔗 Maar ik kon niet spreken.
(praten)
🔗 De burgemeester wil je spreken.
(praten);
🔗 Op een winterse dag met Regin over zijn toekomst sprekend, vroeg Sigurd: „Welke daden worden van mij verwacht?”
(zeggen);
🔗 „Ge gaat te ver”, sprak de markies.