Nederlands–Afrikaanse woordeboek

Afrikaanse vertaling van die Nederlandse woord aan

Nederlands → Afrikaans
  
NederlandsAfrikaans (onregstreeks vertaal)Esperanto
(bij; naar; tegen; tot; voor; op; naar … toe); ; ; ; ;
🔗 Wie gaf het aan mij?
(bij; naast);
🔗 Endelijk kwamen zij aan een witte brug en toen zij die overstaken, stonden ze voor de grote poorten van de stad.
(van; door); ; ;
🔗 De Antwerpse raffinaderijen hebben een overschot aan benzine.
(jegens; met; om; op; te; tot; voor; bij; per);
(betreffende; met; over; van; in; naar; voor; op; omtrent; rondom); ; ; ; ;
🔗 Maar wordt er iets aan gedaan?
(over); ;
(op)
🔗 Klopt u maar aan de deur, dan doet hij open.
(bij; op); ;
🔗 Aan de deur wordt niet gekocht.
(jegens; met; tegen; tegen … aan; tegenover; voor; op); ;
🔗 We kunnen er echter niets aan doen.
(door; uit; voor; met; om; van); ; ; ; ; ;
🔗 Hij is gestorven aan een hartverlamming.
(in; binnen; per; te; op; van); ;
🔗 Aan het begin van de avond zijn er in het hele land onweersbuien.
(door; met; per; te); ; ;
via
🔗 Aan de vruchten kent men de boom.
(voor; om; op);
🔗 Verder zegt de Oekraïense president dat het geld van de Britse lening zal worden besteed aan de productie van wapens.
(om … heen; omstreeks; om; rondom; tegen); ; ;
🔗 Sommige mensen dragen daarom nog steeds hun trouwring aan de linkerringvinger.
🔗 Dadelijk kwam alles aan boord in rep en roer.
🔗 De Airbus had 169 inzittenden aan boord.
(tot; voor; naar; tot op);
🔗 De vergadering duurde, zoals ik verwacht had, tot aan de avond.
(bijeen; samen; tezamen; bij elkaar; saam; gezamenlijk);
(achtereen)
(rechtdoor; rechtuit)