Niederländisch–Deutsches Wörterbuch

Deutsche Übersetzung des niederländischen Wortes strijd

Niederländisch → Deutsch
  
NiederländischDeutsch (indirekt übersetzt)Esperanto
(ruzie; geschil)
Fehde
;
Hader
;
Streit
;
Zank
;
Zwiespalt
;
Zwietracht
;
Zwist
;
(dispuut; twist)
Disput
;
Wortwechsel
;
Zank
; ;
Wortgefecht
;
Wortstreit
zu kämpfen beginnen
;
losschlagen
🔗 „Bois‐Guilbert is een goed strijder,” antwoordde De Bracy, „maar er zijn anderen aanwezig, prior, die niet zullen aarzelen de strijd met hem aan te binden.”
(de strijd aanbinden; ten strijde trekken)
zu kämpfen beginnen
;
losschlagen
🔗 Supermarkten gaan de strijd aan om toestemming te krijgen om op zondag open te gaan.
strijd leveren
(kampen; strijden; strijd voeren; vechten; een gevecht leveren; slag leveren)
kämpfen
;
(bevechten; vechten tegen; bekampen; bestrijden; het opnemen tegen)
bekämpfen
;
kämfen gegen
;
kämpfen gegen
🔗 Binnen de muur was een open plek, waar eeuwenlang al planten strijd leverden met het oude plaveisel.
strijd voeren
kämpfen
;
zu kämpfen beginnen
;
losschlagen
🔗 Ik trek zelf ten strijde met mijn mannen.
(kampen; vechten; slag leveren)
kämpfen
;
🔗 U hebt ook gezegd dat u tegen mij wilde strijden.
(twisten)
disputieren
; ;
sich streiten
;
Krieg führen
;
Todeskampf
;
nahes Ende
;
Niedergang
🔗 Met enkele woorden vertelde ik hun wat ik van plan was en daar zij er geen bezwaar tegen hadden, omdat de patiënt, naar zij zeiden, toch reeds in de doodsstrijd lag, zette ik mijn pogingen terstond voort.
Klassenkampf
(controverse; polemiek; twistgeschrijf)
Polemik
strijdig
(tegengesteld; tegenstrijdig; tegenoverliggend)
widerwärtig
;
entgegengesetzt
;
Gegen‐
Kämpferschar
;
Streiter
(troepen)
🔗 Nederland gaat nieuwe steun bieden aan de Oekraïense strijdkrachten.
(wapenkreet)
Kampfruf
;
Schlachtruf
🔗 De tweede ridder slaakte een ijselijke strijdkreet en stormde naar voren, met gevelde lans.
strijdmakker
Mitkämpfer
;
Mitstreiter
(arena)
Arena
;
Kampfplatz
🔗 De Sulwenvlakte was het strijdperk van twee ruimtevarende rassen geweest, zoveel was duidelijk.
Kampfplatz
;
🔗 Dat moet onze mannen op het strijdtoneel brengen.
verkiezingsstrijd
Wahlkampf
(concours; match)
Konkurrenz‐Prüfung
;
Wettbewerb
; ;
🔗 Ik zal u volgen als onze wedstrijd is afgelopen.