Niederländisch–Deutsches Wörterbuch

Deutsche Übersetzung des niederländischen Wortes heet

Niederländisch → Deutsch
  
NiederländischDeutsch (indirekt übersetzt)Esperanto
(gloeiend)
🔗 Maar voor die prijs krijgt u er geen heet water bij.
(noemen); ;
benennen
;
🔗 „Tagde van Vyutr is mijn naam,” zei Tangaloa, „en mijn trouwe metgezel in menig perikel is Snyol van Pleshch geheten”.
(snikheet)
🔗 Het was midden op de dag en het was smoorheet.
snikheet
(smoorheet)
(warmen; verwarmen)
erhitzen
;
wärmen
;
erwärmen
varmigi
🔗 Verhit de olie en fruit hierin de knoflook en ui.
glühen lassen
;
erglühen lassen
(aanwakkeren; opwinden);
aufregen
;
anregen
;
ermutigen
;
erregen
;
reizen
;
schüren
;
anfachen
;
aufreizen