Information über das Wort aanwakkeren (Niederländisch → Esperanto: eksciti)

Synonyme: opwinden, verhitten, werken op

WortartVerb
Aussprache/ˈanʋɑkərən/
Trennungaan·wak·ke·ren

Konjugation

Indikativ
PräsensPräterium
(ik) wakker aan(ik) wakkerde aan
(jij) wakkert aan(jij) wakkerde aan
(hij) wakkert aan(hij) wakkerde aan
(wij) wakkeren aan(wij) wakkerden aan
(jullie) wakkeren aan(jullie) wakkerden aan
(gij) wakkert aan(gij) wakkerdet aan
(zij) wakkeren aan(zij) wakkerden aan
Konjunktiv
PräsensPräterium
(dat ik) aanwakkere(dat ik) aanwakkerde
(dat jij) aanwakkere(dat jij) aanwakkerde
(dat hij) aanwakkere(dat hij) aanwakkerde
(dat wij) aanwakkeren(dat wij) aanwakkerden
(dat jullie) aanwakkeren(dat jullie) aanwakkerden
(dat gij) aanwakkeret(dat gij) aanwakkerdet
(dat zij) aanwakkeren(dat zij) aanwakkerden
Imperativ
Einzahl/MehrzahlMehrzahl
wakker aanwakkert aan
Partizipien
PräsenspartizipPerfektpartizip
aanwakkerend, aanwakkerende(hebben) aangewakkerd

Gebrauchsbeispiele

De Amerikaanse aanvallen op Venezuela van afgelopen zaterdag hebben de angst in Groenland en Denemarken voor een overname door Washington verder aangewakkerd.
Die oude haat heeft Saruman aangewakkerd.
De dood van Renee Good heeft de protesten tegen de werkwijze van ICE en het deportatiebeleid van Trump aangewakkerd.

Übersetzungen

Afrikaansaanwakker
Dänischoprøre; tirre
Deutschanfeuern; aufregen; anregen; ermutigen; erregen; reizen; schüren; anfachen; aufreizen
Englischstir up
Esperantoeksciti
Färöerischøsa
Finnischärsyttää
Französischexciter; hérisser
Katalanischexcitar
Portugiesischacirrar; aguçar; atiçar; estimular; excitar; inflamar
Rumänischexcita
Russischвозбуждать
Saterfriesischanfjuurje; ferballerje; ounreegje; Moud ounbaale
Spanischexcitar
Tschechischvzrušit; dráždit; podráždit
WestFriesischoanwakkerje