| nederlanda | esperanto |
|---|
| (zeeman; janmaat; zeevaarder; varensgast) | () |
|
| |
🔗 Pas als een leerling een gezel werd, kreeg hij gewoonlijk een eigen vertrek.
|
| (maat; metgezel; partner; kameraad; kornuit; makker) | |
🔗 De pastoor juichte inwendig omdat hij een gezel in de schande had gekregen.
|
| esti maristo |
| (navigeren) | ( navigacii ) |
| |
🔗 Dit was een tanker die aan het eind van het konvooi voer.
|
| |
🔗 Vooral varens doen het opmerkelijk goed.
|
| |
|
| (gaan) | |
🔗 Deze rivier waren de blanken waarschijnlijk op gevaren in hun wanhopige poging de Jappen de ontsnappen.
|
| (gaan) | |
🔗 Reizigers, waar komt ge vandaan en waarheen vaart ge?
|
| |
🔗 Het schip kan zó niet verder varen.
|
| (lopen) | |
🔗 Wat is er in die Joost gevaren?
|