| nederlanda | esperanto |
|---|
| |
| (verbeuren; verliezen) | |
🔗 U bent uw geheugen kwijtgeraakt.
|
| forgesi la nombron |
🔗 Ik ben de tel van de dagen kwijtgeraakt.
|
| (verdwalen; verdolen) | ( elvojiri ; ; ) |
🔗 De sneeuw begon te vallen, de nacht omsloot hen en de krijgers raakten de weg kwijt.
|
| (verloren; vervlogen) | |
| (worden) | () |
🔗 Het huis raakte stampvol.
|
| (aangaan; betreffen; gaan om) | |
| |
🔗 Ze trokken verder tot ze in de verre verte de zee de horizon konden zien raken.
|
| (geraken) | |
🔗 Toen ze met de politiewagen in een wat rustiger verkeersstroom waren geraakt, keek Vledder opzij.
|
| (halen; treffen) | |
🔗 Ze hebben de opslagplaats geraakt.
|
| |
| |
| |
🔗 Och, dat raakt ons niet.
|
| (treffen) | |
🔗 Een druppel raakte hem op zijn schouder en brandde als een gloeiende kool.
|