Nederländsk–svensk ordbok

Svenska översättning av det nederländska ordet zeggen

nederländska → svenska
  
nederländskasvenska
säga
🔗 Je kunt rustig „nee” zeggen.
(mededelen; verwittigen; bekendmaken)
tillkännagiva
🔗 Hij leek meer op een jongen wie is aangezegd dat hij de volgende ochtend gefusilleerd zal worden.
(afgelasten; annuleren; opzeggen; afblazen)
arbeställa
🔗 De Europese Commissie heeft een afspraak met Argentijnse ambtenaren afgezegd.
(herhalen; repeteren)
upprepa
banal
🔗 Bond maakte een nietszeggende opmerking.
(neef)
brorson
;
brorsson
;
systerson
(afgelasten; afzeggen)
arbeställa
🔗 Tom was boos en zeide onverwijld zijn lidmaatschap op.
(beloven; uitloven)
lova
🔗 Tijdens gesprekken in de Russische badplaats Soči zegde president Putin zijn Witrussische collega een lening van 1,5 miljard dollar toe.
(beloven; toezeggen; uitloven)
lova
(beduiden; voorspéllen; voorzéggen; waarzeggen; profeteren)
varsla
🔗 Maar wat hij zal zien, kan zelfs de wijste niet vooruitzeggen.
(voorspéllen; profeteren)
varsla
(beduiden; voorspéllen; voorzéggen; profeteren; vooruitzeggen)
varsla