Nederländsk–svensk ordbok

Svenska översättning av det nederländska ordet duiden

nederländska → svenska
  
nederländskasvenska
(interpreteren; uitleggen; verklaren; vertolken)
tolka
🔗 „Als ik de tekenen juist duid,” antwoordde Gersen, „heb ik u verbaasd door het noemen van zoveel geld.”
(aangeven; aanwijzen; uitduiden; wijzen; beduiden; wijzen op)
utpeka
(voorspéllen)
varsla
förklara
;
utlägga
(aanduiden; aangeven; aanwijzen; wijzen; wijzen op)
utpeka
🔗 Hij beduidde haar naar binnen te gaan.
(duidelijk maken)
förklara
;
utlägga
🔗 Hij ging bij de poort zitten en toen er een man naar buiten kwam, stond hij op, opende zijn mond en wees erop, om te beduiden dat hij honger had.
(betekenen)
beteckna
;
betyda
;
teckna
🔗 Hij wist wat dit te beduiden had.
(apert; evident; kennelijk; klaarblijkelijk; voor de hand liggend)
synbarligen
;
uppenbar
🔗 Die ene weg is natuurlijk de weg waarop we rijden, dat is duidelijk.
(helder; klaar)
klar
;
tydlig
(aanduiden; aanwijzen; wijzen; wijzen op)
utpeka