Nederländsk–svensk ordbok

Svenska översättning av det nederländska ordet binden

nederländska → svenska
  
nederländskasvenska
(inbinden)
binda
(vastbinden; vastmaken; verbinden)
binda
;
snöra
🔗 Ook hij werd gebonden.
begynna
;
börja
🔗 De overheid heeft de strijd aangebonden tegen fraude met onder andere kentekens.
(katwilg; teenwilg)
korgvide
;
korgpil
(binden)
binda
(binden; vastmaken; verbinden)
binda
;
snöra
🔗 En als zijn armen waren vastgebonden, hoe heeft hij het mes dan gebruikt?
(combineren; samenvoegen)
ansluta
(aansluiten)
ansluta
(aansluiten; binden; vastbinden; vastmaken; liëren)
binda
;
snöra