Dictionnaire néerlandais–français

Traduction française du mot néerlandais zitplaats

néerlandais → français
  
néerlandaisfrançais (traduit indirectement)espéranto
(plaats)
🔗 Ze gleden van hun zitplaats en gingen door het luik naar buiten.
(plek; lokatie; gelegenheid)
local
;
🔗 Ongeveer veertig jaar geleden was dit de plaats waar het vuilnis van Andijk en omgeving werd gestort.
(ambt; baan; betrekking)
emploi
;
fonction
;
office
;
service
localité
(boerderij; hoeve);
domaine
;
fonds
;
propriété
;
propriété foncière
🔗 Zijn zoon, Magnus genaamd, erfde de plaats van zijn vader.
(erf; hof; binnenplein)
(ambt; baan; betrekking; post)
emploi
; ;
poste
cité
;
🔗 Staatsbosbeheer vermoedt dat wolf een vrouwtje is dat eerder werd gesignaleerd in de Duitse plaats Nordhorn.
(lokatie; oord; plek; stee)
🔗 Ik zocht op de verkeerde plaats naar informatie.
🔗 In zijn plaats zou ik zeker langskomen.
(zitplaats)
(poseren)
poser
;
prétendre à
;
s’ériger en
sièger
;
être assis
🔗 José zat ook naar hem te kijken.
(zijn; wezen)
🔗 Waar zit je?