Dictionnaire néerlandais–français

Traduction française du mot néerlandais zeker

néerlandais → français
  
néerlandaisfrançais (traduit indirectement)espéranto
(toch)
certes
;
(bepaald)
sans doute
(safe; veilig)
(allicht; vast; zeker wel)
probablement
🔗 Je bent zeker een journalist, hè?
; ;
assuré
(bepaald; vast; zekerlijk; stellig; jawel; geheid; met zekerheid);
sûrement
;
assurément
🔗 Hoe weet je dat zo zeker?
(betuigen);
certifier
;
garantir
(vast; zeker)
probablement
🔗 Je begrijpt zeker wel wat er met jou en mij zal gebeuren, wanneer dat zwijn het fort overgeeft.
(onbepaald; precair)
incertain
;
vague
;
aléatoire
(beweren)
affirmer
🔗 Er zal spoedig genoeg worden gevochten, dat verzeker ik u.
(assureren; veilig stellen)
🔗 Was de stier dan niet verzekerd?