Dictionnaire néerlandais–français

Traduction française du mot néerlandais vouwen

néerlandais → français
  
néerlandaisfrançais (traduit indirectement)espéranto
(plooien; omvouwen)
plier
🔗 Doch nu vouwde hij het blad in elkaar en legde het weg.
(vouwen)
plier
(openvouwen)
déployer
🔗 Tom Poes ontvouwde de landkaart en bestudeerde die zorgvuldig.
(uitspreiden)
étendre
(ontvouwen)
déployer
🔗 Tom Poes mompelde iets en vouwde het papier moeizaam open.
déployer
(plooi)
pli
🔗 Al voordat hij ging zitten, wist Martin Beck dat hij eerst de vouw in zijn broek zou vastpakken en daarna voorzichtig met zijn hand over zijn welgekapte, golvende haar zou strijken.
vélo pliant
;
vélo pliable
faldbiciklo