Dictionnaire néerlandais–français

Traduction française du mot néerlandais pijp

néerlandais → français
  
néerlandaisfrançais (traduit indirectement)espéranto
pipe
🔗 Is er geen pijp bij jullie buit?
(schacht; staaf)
bâton
;
gaule
;
perche
;
barre
;
barreau
(buis; kanaal; steel)
tube
;
tuyau
(fluit)
flûte
🔗 De muziek—vedels en pijpen—werd luider naarmate ik verderging.
de pijp aan Maarten geven
(doodgaan; sterven; verscheiden; versmachten; heengaan; de kraaienmars blazen; ontslapen; het loodje leggen; het tijdelijke voor het eeuwige verwisselen; de pijp uit gaan; de geest geven; de laatste adem uitblazen; aan zijn eind komen)
décéder
;
mourir
de pijp uit gaan
(doodgaan; de kraaienmars blazen)
décéder
;
mourir
chambre à air
(bosui);
oignon vert
;
jeune oignon
(afzuigen)
🔗 Als je slecht pijpt, vindt de klant je maar niks.
molinie
molinie bleue
;
paleine
blua molinio
🔗 De dieren eten vooral het pijpestrootje weg.
(bieslook)
ciboulette
tabakspijp
(pijp)
pipe
waterpijp
narghilé