Dictionnaire néerlandais–français

Traduction française du mot néerlandais kopen

néerlandais → français
  
néerlandaisfrançais (traduit indirectement)espéranto
(afnemen; aankopen; inkopen; aanschaffen; overnemen; zich aanschaffen);
🔗 Ik wil hier een huis kopen.
(afnemen; kopen; aankopen; inkopen; aanschaffen; overnemen; betrekken; zich aanschaffen);
🔗 Hij stapte een pijpenwinkel binnen en kocht zich een rechte pijp met een zak tabak.
(afnemen; kopen; inkopen; aanschaffen; overnemen; zich aanschaffen);
(loskopen; vrijkopen)
racheter
(afnemen; kopen; aankopen; aanschaffen; overnemen; zich aanschaffen);
🔗 Door sneller over te gaan op duurzame energie van eigen bodem hoeft het blok minder olie en gas in te kopen uit onvoorspelbare landen zoals de VS en Rusland, zeggen beide experts.
(aankoop; inkoop)
achat
(aanschaf; inkoop; overname; aanschaffing)
achat
;
emplette
;
marché
;
pouvoir d’achat
(handelaar)
commerçant
;
marchand
🔗 Puc bracht de tijd na het eten door met het praten met de zoon van een koopman.
prix d’achat
(afkopen; vrijkopen)
racheter
soudoyer
;
suborner
;
corrompre
🔗 Heb je de spelers omgekocht, Supie?
(accapareren; beslag leggen op; zich meester maken van; zich toeëigenen)
accaparer
;
monopoliser
(inlossen)
recheter
;
racheter
🔗 Met dat geld heb ik trouwens op de veiling mijn eigen vis teruggekocht.
(ómzetten)
débiter
(overdoen)
🔗 Hij heeft nog nooit één schilderij verkocht!
(afkopen; loskopen)
racheter
🔗 Hij zou zijn geld moeten besteden aan het vrijkopen van krijgsgevangen in plaats van aan hoeren en snoeren!