English–Dutch dictionary
Dutch translation of the English word raised
| English | Dutch (translated indirectly) | Esperanto |
|---|---|---|
| (breed; keep; rear; farm) | ||
| (breed; bring up; educate; rear) | ; ; | |
| (cultivate; grow; force) | in kassen kweken | |
| (gather; assemble) | ||
| (grow; increase) | doen groeien ; laten groeien | |
| (lever; lift; elevate; heave; hoist; heave up) | ; ; ; ; ; | |
| ||
malmergi | ||
| (hike) | ||
| ||
| (increase; augment; heighten; amplify; ramp up) | ||
| ||
| (erect; establish; institute; pitch; set; stand; set up; set down) | ; | |
| ; ; | ||
| ||
| ; ; ; | ||
| ||
| ||
| (pay‐rise; wage rise) | ; | |
| English | Dutch |
|---|---|
| raised | ⇆ en reliëf; ⇆ opgericht; ⇆ verheven; ⇆ verhoogd |
| raise | ⇆ aan de oppervlakte brengen; ⇆ aanheffen; ⇆ aantrekken; ⇆ aanvoeren; ⇆ bevorderen; ⇆ bijeenbrengen; ⇆ bouwen; ⇆ contact krijgen met; ⇆ doen opstaan; ⇆ doen rijzen; ⇆ doen verrijzen; ⇆ fokken; ⇆ grootbrengen; ⇆ heffen; ⇆ inbrengen; ⇆ kweken; ⇆ lichten; ⇆ loonsverhoging; ⇆ maken; ⇆ op de been brengen; ⇆ opbreken; ⇆ ophalen; ⇆ opheffen; ⇆ ophogen; ⇆ opjagen; ⇆ opperen; ⇆ oprichten; ⇆ oproepen; ⇆ opslaan; ⇆ opslag; ⇆ opsteken; ⇆ optillen; ⇆ optrekken; ⇆ opvoeden; ⇆ opvoeren; ⇆ opwekken; ⇆ opwerpen; ⇆ planten; ⇆ salarisverhoging; ⇆ stichten; ⇆ stoken; ⇆ telen; ⇆ ter sprake brengen; ⇆ tillen; ⇆ uit zijn bed halen; ⇆ verbouwen; ⇆ verheffen; ⇆ verhogen; ⇆ verhoging; ⇆ verwekken; ⇆ wekken; ⇆ werven |