Diccionario neerlandés–español

Traducción española de la palabra neerlandesa vrees

neerlandés → español
  
neerlandésespañol (traducido indirectamente)esperanto
(beduchtheid)
miedo
;
temor
🔗 Welnu, heb geen vrees.
vrees koesteren voor
(bang zijn voor; duchten; schromen; vrezen; bang zijn)
temer
(bang; beducht)
medroso
;
miedo
;
miedoso
;
temeroso
🔗 Hij zal bevreesd zijn.
(claustrofobie)
claustrofobia
(agorafobie; straatvrees)
agorafobia
(agorafobie; pleinvrees; straatvrees)
agorafobia
straatvrees
(agorafobie; pleinvrees)
agorafobia
(vervaarlijk)
temeroso
🔗 Het is vreeswekkend.
(bang zijn voor; duchten; schromen; bang zijn; vrees koesteren voor)
temer
🔗 En waarom vreest ge die?