Diccionario neerlandés–español

Traducción española de la palabra neerlandesa spanlaken

neerlandés → español
  
neerlandésespañol (traducido indirectamente)esperanto
(afkeuren; berispen; gispen; wraken)
censurar
;
desaprobar
;
reprender
;
reprobar
paño
(beddelaken)
sábana
🔗 Met bevende vingers knoopte hij enige lakens aan elkaar en liet zich met grote snelheid uit het raam zakken.
(inspannen)
uncir
(uitrekken)
amartillar
;
atirantar
;
dar cuerda
;
tensar
🔗 Ik heb de draden weer gespannen.

No pudimos traducir la palabra spanlaken al idioma de destino seleccionado.