Diccionario neerlandés–español

Traducción española de la palabra neerlandesa rijzen

neerlandés → español
  
neerlandésespañol (traducido indirectamente)esperanto
(opgaan; opstijgen; omhooggaan)
ascender
;
ascender a
;
ascender al
;
montar
; ;
subir a
(zwellen; opzwellen)
abultarse
;
hincharse
(opgaan; stijgen; wassen; oprijzen; opstijgen; zich verheffen; de hoogte in gaan)
realzarse
;
resurgir
releviĝi
reponerse
reviviĝi
(opgaan; rijzen; stijgen; wassen; oprijzen; opstijgen; zich verheffen; de hoogte in gaan)
🔗 Heer Bommel rees verslagen en druipend uit zijn stoel omhoog.
(opgaan; rijzen; stijgen; wassen; opstijgen; zich verheffen; de hoogte in gaan)
🔗 Uit welke hel zijt gij opgerezen, gij hond van de nacht?
(opstaan)
resucitar