Sinonimi: alras, dra, gauw, haast, spoedig, welhaast, snel
| Parte del discorso | adverb |
|---|
| Pronuncia | /ˈʋɛldra/ |
|---|
| Sillabazione | wel·dra |
|---|
Het zou hem weldra duidelijk worden.
Daarvoor bezweek de schaapherder, want hij was zo oud dat hij weldra zijn werk zou moeten opgeven en dan zou hij van honderd daalders nog best kunnen leven tot aan zijn dood.
Weldra at hij het vlees en dronk uit de fles.
Je zal weldra sterven.
Weldra was het bijna donker.
Een nieuw jaar en volgens sommigen ook een nieuwe eeuw is weldra aangebroken.