Informazioni sulla parola stileren (olandese → Esperanto: redakti)

Sinonimi: opmaken, opstellen, redigeren, stellen

Parte del discorsoverb

Coniugazione

Modo indicativo
PresentePassato
(ik) stileer(ik) stileerde
(jij) stileert(jij) stileerde
(hij) stileert(hij) stileerde
(wij) stileren(wij) stileerden
(jullie) stileren(jullie) stileerden
(gij) stileert(gij) stileerdet
(zij) stileren(zij) stileerden
Modo congiuntivo
PresentePassato
(dat ik) stilere(dat ik) stileerde
(dat jij) stilere(dat jij) stileerde
(dat hij) stilere(dat hij) stileerde
(dat wij) stileren(dat wij) stileerden
(dat jullie) stileren(dat jullie) stileerden
(dat gij) stileret(dat gij) stileerdet
(dat zij) stileren(dat zij) stileerden
Modo imperativo
Singolare/PluralePlurale
stileerstileert
Participi
Participio presenteParticipio passato
stilerend, stilerende(hebben) gestileerd

Traduzioni

basso‐tedescoupstellen
catalanoredactar
creolo giamaicanoedit
esperantoredakti
finlandesetoimittaa
franceserédiger
frisone di Saterlandredigierje; stilisierje
ingleseedit; draw up; draught; word
polacoredagować
portogheseredegir
spagnoloredactar
tedescoredigieren; stilisieren