Información sobre la palabra loven (neerlandés → Esperanto: glori)

Sinónimos: prijzen, roemen, verheerlijken

Categoría gramaticalverbo
Pronunciación/ˈlovə(n)/
Separaciónlo·ven

Conjugación

Modo indicativo
PresentePasado
(ik) loof(ik) loofde
(jij) looft(jij) loofde
(hij) looft(hij) loofde
(wij) loven(wij) loofden
(jullie) loven(jullie) loofden
(gij) looft(gij) loofdet
(zij) loven(zij) loofden
Modo subjuntivo
PresentePasado
(dat ik) love(dat ik) loofde
(dat jij) love(dat jij) loofde
(dat hij) love(dat hij) loofde
(dat wij) loven(dat wij) loofden
(dat jullie) loven(dat jullie) loofden
(dat gij) lovet(dat gij) loofdet
(dat zij) loven(dat zij) loofden
Modo imperativo
Singular/PluralPlural
looflooft
Participios
Participio presenteParticipio pasado
lovend, lovende(hebben) geloofd

Muestras de uso

Slechts een week geleden klonken er nog lovende woorden bij Musks afscheid in het Witte Huis.
Wilt u God niet loven, een rein en gezond leven leiden?

Traducciones

alemánloben; preisen; rühmen; verherrlichen
bajo sajónverheyrliken
catalánexalçar; glorificar; lloar
danésrose
esperantoglori
feroésheiðra
finéskunnioittaa
francésglorifier
frisón de Saterlandloowje; beproalje; priesje; ruumje; röime; reeme; ferheerelkje
inglésglorify; laud; praise; extol
portuguésglorificar; santificar