Información sobre la palabra redetwisten (neerlandés → Esperanto: disputi)

Sinónimos: disputeren, twisten, strijden

Categoría gramaticalverbo
Pronunciación/ˈredətʋɪstə(n)/
Separaciónre·de·twis·ten

Conjugación

Modo indicativo
PresentePasado
(ik) redetwist(ik) redetwistte
(jij) redetwist(jij) redetwistte
(hij) redetwist(hij) redetwistte
(wij) redetwisten(wij) redetwistten
(jullie) redetwisten(jullie) redetwistten
(gij) redetwist(gij) redetwisttet
(zij) redetwisten(zij) redetwistten
Modo subjuntivo
PresentePasado
(dat ik) redetwiste(dat ik) redetwistte
(dat jij) redetwiste(dat jij) redetwistte
(dat hij) redetwiste(dat hij) redetwistte
(dat wij) redetwisten(dat wij) redetwistten
(dat jullie) redetwisten(dat jullie) redetwistten
(dat gij) redetwistet(dat gij) redetwisttet
(dat zij) redetwisten(dat zij) redetwistten
Modo imperativo
Singular/PluralPlural
redetwistredetwist
Participios
Participio presenteParticipio pasado
redetwistend, redetwistende(hebben) geredetwist

Muestras de uso

Ik heb nu geen zin om met je te gaan redetwisten.
Wil je met mij redetwisten, slaaf!
Waarom moest daarover geredetwist worden?

Traducciones

alemándisputieren; streiten; sich streiten
catalándisputar
checohádat se; přít se
españoldisputar
esperantodisputi
feroéskjakast
francésse disputer
frisón de Saterlanddisputierje; striedje; kibbelje
húngarotársalog
inglésdispute
polacospierać się
portuguéscontender; disputar; porfiar