Informatie over het woord nakomen (Nederlands → Esperanto: sekvi)

Synoniemen: bewandelen, bijhouden, volgen, voortvloeien

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈnakomə(n)/
Afbrekingna·ko·men

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) kom na(ik) kwam na
(jij) komt na(jij) kwam na
(hij) komt na(hij) kwam na
(wij) komen na(wij) kwamen na
(jullie) komen na(jullie) kwamen na
(gij) komt na(gij) kwaamt na
(zij) komen na(zij) kwamen na
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) nakome(dat ik) nakwame
(dat jij) nakome(dat jij) nakwame
(dat hij) nakome(dat hij) nakwame
(dat wij) nakomen(dat wij) nakwamen
(dat jullie) nakomen(dat jullie) nakwamen
(dat gij) nakomet(dat gij) nakwamet
(dat zij) nakomen(dat zij) nakwamen
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
kom nakomt na
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
nakomend, nakomende(zijn) nagekomen

Voorbeelden van gebruik

Zorgvuldig deed ze de woningdeur achter zich dicht en kwam hen na.

Vertalingen

Afrikaansvolg
Catalaansseguir
Deensfølge
Duitsfolgen
Engelsfollow; come after
Engels (Oudengels)folgian; fylgan
Esperantosekvi
Faeröersfylgja
Finsseurata
Franssuivre
Grieksακολουθώ
Italiaansseguire
Jamaicaans Creoolsfala
Latijnsequi
Luxemburgsfollegen
Maleisikuti; mengikuti
Nederduitsvolgen
Noorsfølge
Papiamentssigui
Portugeesseguir; suceder
Saterfriesfoulgje
Schots-Gaelischlean
Spaansseguir
Tsjechischnásledovat; sledovat; vyplývat
Westerlauwers Friesfolgje
Zweedsfölja