Informatie over het woord vastlopen (Nederlands → Esperanto: halti)

Synoniemen: afslaan, blijven staan, halt houden, stilhouden, stoppen, tot stilstand komen, halt maken, blijven stilstaan, inhouden, stilvallen

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈvɑstlopə(n)/
Afbrekingvast·lo·pen

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) loop vast(ik) liep vast
(jij) loopt vast(jij) liep vast
(hij) loopt vast(hij) liep vast
(wij) lopen vast(wij) liepen vast
(jullie) lopen vast(jullie) liepen vast
(gij) loopt vast(gij) liept vast
(zij) lopen vast(zij) liepen vast
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) vastlope(dat ik) vastliepe
(dat jij) vastlope(dat jij) vastliepe
(dat hij) vastlope(dat hij) vastliepe
(dat wij) vastlopen(dat wij) vastliepen
(dat jullie) vastlopen(dat jullie) vastliepen
(dat gij) vastlopet(dat gij) vastliepet
(dat zij) vastlopen(dat zij) vastliepen
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
vastlopend, vastlopende(zijn) vastgelopen

Voorbeelden van gebruik

Sinds de Russische invasie is vastgelopen, heeft Putin het veroveren van de Donbas tot een van zijn belangrijkste militaire doelen gemaakt.

Vertalingen

Afrikaansstilhou; tot stilstand kom
Catalaansaturar‐se
Deensstandse
Duitshalten; anhalten; Halt machen; stocken; stoppen; innehalten; stehenbleiben
Engelsstall; grind to a halt
Esperantohalti
Faeröerssteðga
Finspysähtyä
Franss’arrêter
Italiaansfermarsi
Nederduitsstoppen
Papiamentspara
Poolszatrzymać się
Portugeesdemorar‐se; deter‐se; parar
Saterfrieshoolde; anhoolde; Hoold moakje
Spaansdetenerse; parar
Thaisหยุด; จอด
Tsjechischzastavit
Turksdurmak
Welsaros