Ynformaasje oer it wurd arresteren (Nederlânsk → Esperanto: aresti)

Synonimen: aanhouden, inrekenen, in verzekerde bewaring nemen, oppakken, in hechtenis nemen

Wurdsoartetiidwurd
Utspraak/ɑrɛsˈteːrə(n)/
Ofbrekingar·res·te·ren

Ferfoarming

Oantoanende foarm
NotiidDoetiid
(ik) arresteer(ik) arresteerde
(jij) arresteert(jij) arresteerde
(hij) arresteert(hij) arresteerde
(wij) arresteren(wij) arresteerden
(jullie) arresteren(jullie) arresteerden
(gij) arresteert(gij) arresteerdet
(zij) arresteren(zij) arresteerden
Oanfoegjende foarm
NotiidDoetiid
(dat ik) arrestere(dat ik) arresteerde
(dat jij) arrestere(dat jij) arresteerde
(dat hij) arrestere(dat hij) arresteerde
(dat wij) arresteren(dat wij) arresteerden
(dat jullie) arresteren(dat jullie) arresteerden
(dat gij) arresteret(dat gij) arresteerdet
(dat zij) arresteren(dat zij) arresteerden
hjittende foarm
Iental/MeartalMeartal
arresteerarresteert
Mulwurden
NomulwurdDoemulwurd
arresterend, arresterende(hebben) gearresteerd

Foarbylden fan gebrûk

Ik arresteer jullie wegens het veroorzaken van ongeregeldheden op de openbare weg!
De volgende morgen hoorde Arglistig direct dat Juwelen Harry en de Neus gearresteerd waren.
Arresteer hem!
U dient hem direct te arresteren, ogenblikkelijk, voor hij hoort dat ik terug ben!
Die man hoeft helemaal niet te worden gearresteerd.
En in juni arresteerden de Malinese autoriteiten elf politici van de oppositie en verschillende activisten.

Oarsettingen

Afrikaanskin hegtenis neem; arresteer; aankeer; aanhou
Deenskarrestere
Dútskfestnehmen; verhaften; arrestieren
Esperantoaresti
Fereuerskhandtaka; seta fastan
Frânskarrêter
Fryskoppakke; oanhâlde
Hongaarskletartóztat
Ingelskarrest; apprehend
Italjaanskarrestare
Katalaanskarrestar; detenir
Lúksemboarchskverhaften
Papiamintskarestá; detené
Portegeeskapreender; apresar; capturar; prender
Russyskарестовать; арествать
Sealterfryskarrestierje; fäästnieme; ferhaftje
Spaanskarrestar; detener
Sweedskanhålla; arrestera; häkta
Tsjechyskzatknout
Welskarestio