Informasie oor die woord grimas (Nederlands → Esperanto: grimaco)

Sinoniem: grijns

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ˈɣrimɑs/
Afbrekinggri·mas
Geslaghistories vroulik, teënwoordig ook manlik
Meervoudgrimassen

Voorbeelde van gebruik

Reith trok een grimas maar maakte geen bezwaar.
Agnois maakte een grimas en zijn tong gleed langs zijn lippen.
Race trok een grimas tegen Poirot en kwam een stapje dichterbij.

Vertalinge

Deensgrimasse
DuitsFratze; Grimasse
Engelsgrimace
Esperantogrimaco
Katalaansganyota
Portugeescareta; trejeito
SaterfriesGrimasse
Spaansmueca
Tsjeggiesgrimasa; úšklebek