Informasie oor die woord ellende (Nederlands → Esperanto: mizero)

Sinonieme: armoe, narigheid, schamelheid, misère, nood

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ɛˈlɛndə/
Afbrekingel·len·de
Geslaghistories vroulik, teënwoordig ook manlik

Voorbeelde van gebruik

Het is afgelopen met de ellende
Je hebt ons niets dan ellende veroorzaakt.
Hij had het akelige gevoel dat hij zich steeds dieper in de ellende werkte, maar tijd om zich terug te trekken, kreeg hij niet.
De ellende was onbeschrijflijk.
Die waren de oorzaak van al zijn ellende.
Vergeten waren alle ellende en gevaren.

Vertalinge

Albaniesmjerim
Deenselendighed
DuitsElend; Not
Engelsmisery; wretchedness
Engels (Ou Engels)wea
Esperantomizero
Faroëesneyð; eymd; vesaldómur
Finskurjuus
Fransmisère
Friesearmoed; need
Italiaansmiseria
Katalaansmisèria
Portugeesmiséria
SaterfriesÄiländ; Nood
Spaansmiseria
Tsjeggiesbída; nouze