Sinonieme: bevelen, gelasten, sommeren, verordenen, voorschrijven, gebieden, bevel geven, verordonneren, ordonneren
| Woordsoort | werkwoord |
|---|
| Uitspraak | /vərɔrdiˈneːrə(n)/ |
|---|
| Afbreking | ver·or·di·ne·ren |
|---|
Vervoeging
| Aantonende wys |
|---|
| Teenwoordige tyd | Verlede tyd |
|---|
| (ik) verordineer | (ik) verordineerde |
| (jij) verordineert | (jij) verordineerde |
| (hij) verordineert | (hij) verordineerde |
| (wij) verordineren | (wij) verordineerden |
| (jullie) verordineren | (jullie) verordineerden |
| (gij) verordineert | (gij) verordineerdet |
| (zij) verordineren | (zij) verordineerden |
| Aanvoegende wys |
|---|
| Teenwoordige tyd | Verlede tyd |
|---|
| (dat ik) verordinere | (dat ik) verordineerde |
| (dat jij) verordinere | (dat jij) verordineerde |
| (dat hij) verordinere | (dat hij) verordineerde |
| (dat wij) verordineren | (dat wij) verordineerden |
| (dat jullie) verordineren | (dat jullie) verordineerden |
| (dat gij) verordineret | (dat gij) verordineerdet |
| (dat zij) verordineren | (dat zij) verordineerden |
| Gebiedende wys |
|---|
| Enkelvoud/Meervoud | Meervoud |
|---|
| verordineer | verordineert |
| Deelwoorde |
|---|
| Teenwoordige deelwoord | Verlede deelwoord |
|---|
| verordinerend, verordinerende | (hebben) verordineerd |
Op zekere dag, toen Schahriar een grote jachtpartij op twee dagreizen afstand van zijn hoofdstad, in een streek waar veel herten waren, had verordineerd, verzocht hem Schahzenan, hem niet te hoeven vergezellen, omdat de staat van zijn gezondheid hem belette van de partij te zijn.