Informasie oor die woord nemen (Nederlands → Esperanto: akcepti)

Sinonieme: accepteren, aannemen, ontvangen, aanvaarden, in ontvangst nemen, ingaan op

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈnemə(n)/
Afbrekingne·men

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) neem(ik) nam
(jij) neemt(jij) nam
(hij) neemt(hij) nam
(wij) nemen(wij) namen
(jullie) nemen(jullie) namen
(gij) neemt(gij) naamt
(zij) nemen(zij) namen
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) neme(dat ik) name
(dat jij) neme(dat jij) name
(dat hij) neme(dat hij) name
(dat wij) nemen(dat wij) namen
(dat jullie) nemen(dat jullie) namen
(dat gij) nemet(dat gij) namet
(dat zij) nemen(dat zij) namen
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
neemneemt
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
nemend, nemende(hebben) genomen

Voorbeelde van gebruik

Maar Caroline Crale nam dat zomaar niet.

Vertalinge

Afrikaansaanváár; neem; aanneem
Albaniespranoj
Deensacceptere; sige ja tak til; modtage
Duitsannehmen; akzeptieren; entgegennehmen; im Empfang nehmen; aufnehmen; auf sich nehmen; sich gefallen lassen; hinnehmen; eingehen auf; einwilligen in
Engelsaccept; receive; accredit
Esperantoakcepti
Faroëestaka ímóti; taka við; viðurkenna
Finsottaa vastaan
Fransaccepter; accueillir; admettre; agréer; recueillir; adopter; revêtir; comporter; souffrir
Friesoanfurdigje; oannimme; akseptearje
Grieksδέχομαι
Hongaarsakceptál; elfogad
Italiaansaccettare; accogliere
Katalaansacceptar; acollir; rebre
Latynaccipere
Maleismenerima; terima
Nederduitsaksepteren
Noorsgodta; takke ja til
Papiamentsakseptá; aseptá
Poolsprzyjmować
Portugeesaceitar; acolher; admitir; receber; topar
Roemeensaccepta; primi
Russiesпринимать
Saterfriesounnieme; ämpfange; geneemigje; akzeptierje
Spaansaceptar; acoger; admitir; recibir; tomar
Sweedstacka ja till
Thaiรับ
Tsjeggiespřijmouti
Turksalmak; kabul etmek
Yslandssamþykkja; þakka