Informasie oor die woord vast (Nederlands → Esperanto: daŭra)

Sinonieme: blijvend, gedurig, voortdurend, duurzaam, permanent, aanhoudend

Woordsoortbyvoeglike naamwoord
Uitspraak/vɑst/
Afbrekingvast

Voorbeelde van gebruik

Naar zijn mening moest een schip een vaste kapitein hebben, een man die het grootste deel van zijn leven aan boord doorbracht.
Je bent nooit erg op vast werk gesteld geweest, wel?
Tien jaar geleden had nog 75 procent van de werkenden een vast contract, nu is dat nog maar 69 procent.

Vertalinge

Afrikaansaanhoudend
Deensuafbrudt
Duitsfest; andauernd; fortdauernd; fortwährend; fortgesetzt; ständig; Dauer‐
Engelspermanent; steadfast; constant; standing; abiding
Esperantodaŭra; permanenta; ada
Franspermanent
Grieksαδιάκοπος
Italiaanscontinuo; durevole; permanente
Nederduitsduursaam
Papiamentsdurabel
Poolstrwały
Portugeesduradouro
Saterfriesduurhaft; anduurjend
Spaanscontínuo; estable; perenne