Informatie over het woord mandate (Engels → Esperanto: devigi)

Synoniemen: compel, force, constrain, necessitate, oblige, require

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈmændeɪ̯t/
Afbrekingman·date
Shaw‐alfabet𐑥𐑨𐑯𐑛𐑱𐑑
Deseret‐alfabet𐑋𐐰𐑌𐐼𐐩𐐻

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) mandate(I) mandated
(thou) mandatest(thou) mandatedst
(he) mandates, mandateth(he) mandated
(we) mandate(we) mandated
(you) mandate(you) mandated
(they) mandate(they) mandated
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) mandate (I) mandated
(thou) mandate(thou) mandated
(he) mandate(he) mandated
(we) mandate(we) mandated
(you) mandate(you) mandated
(they) mandate(they) mandated
Gebiedende wijs
mandate
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
mandatingmandated

Voorbeelden van gebruik

Texas is on the verge of mandating more than 5 million of its public school students to study Bible stories, as the state emerges as a leader in a national conservative effort to infuse Christian teachings into American classrooms.

Vertalingen

Afrikaansdwing
Catalaansobligar
Deenstvinge
Duitszwingen
Esperantodevigi
Fransimposer; obliger; obliger à
Italiaanscostringere; forzare
Latijncoercere
Nederlandsverplichten
Noorstvinge
Papiamentsfòrsa; forsa; obligá
Poolszmusić
Portugeesconstranger; forçar; obrigar
Saterfriestwinge
Spaansforzar; obligar
Tsjechischdonutit; nutit; přinutit; donucovat
Westerlauwers Friesferplichtsje