Informatie over het woord anreden (Duits → Esperanto: alparoli)

Synoniem: ansprechen

Uitspraak/ˈanreːdən/
Afbrekingan·re·den
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) rede an(ich) redete an
(du) redest an(du) redetest an
(er) redet an(er) redete an
(wir) reden an(wir) redeten an
(ihr) redet an(ihr) redetet an
(sie) reden an(sie) redeten an
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) rede an(ich) redete an
(du) redest an(du) redetest an
(er) rede an(er) redete an
(wir) reden an(wir) redeten an
(ihr) redet an(ihr) redetet an
(sie) reden an(sie) redeten an
Gebiedende wijs
(du) rede an
(ihr) redet an
reden Sie an
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
anredend(haben) angeretet

Voorbeelden van gebruik

Als sie ihn erblickten, erhoben sie sich wie Leute, welche erwarten, angeredet zu werden.

Vertalingen

Afrikaanstoespreek; aanspreek
Engelsaddress; accost
Esperantoalparoli
Fransadresser la parole à; interpeller; parler à; aborder
Hongaarsmegszólít
Latijnappellare
Nederlandsaanklampen; aanspreken; toespreken
Saterfriesanspreke
Spaansdirigir la palabra a; dirigirse a
Westerlauwers Friesoanklampe; oansprekke; tasprekke