Informatie over het woord alparoli

Woordsoortwerkwoord
Afbrekingal·pa·rol·i

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdalparolas
Verleden tijdalparolis
Toekomende tijdalparolos
 
Voorwaardelijke wijs
alparolus
 
Gebiedende wijs
alparolu

 Deelwoorden
 Actieve deelwoordenPassieve deelwoorden
Tegenwoordige tijdalparolantaalparolata
Verleden tijdalparolintaalparolita
Toekomende tijdalparolontaalparolota

Vertalingen

Afrikaanstoespreek; aanspreek
Duitsansprechen; anreden
Engelsaddress; accost
Fransadresser la parole à; interpeller; parler à; aborder
Hongaarsmegszólít
Latijnappellare
Nederlandsaanklampen; aanspreken; toespreken
Saterfriesanspreke
Spaansdirigir la palabra a; dirigirse a
Westerlauwers Friesoanklampe; oansprekke; tasprekke