Informatie over het woord abgeben (Duits → Esperanto: doni)

Synoniemen: erteilen, geben, herreichen, verabreichen, reichen, hervorbringen, erzeugen, tragen, spenden, machen, übergeben, überantworten, anvertrauen, ergeben, gewähren, gestatten

Uitspraak/ˈapɡeːbən/
Afbrekingab·ge·ben
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) abgebe (ich) abgab
(du) abgibst (du) abgabst
(er) abgibt (er) abgab
(wir) abgeben (wir) abgabt
(ihr) abgebt (ihr) abgabt
(sie) abgeben (sie) abgabt
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) abgebe (ich) abgäbe
(du) abgebest (du) abgäbest
(er) abgebe (er) abgäbe
(wir) abgeben (wir) abgäben
(ihr) abgebet (ihr) abgäbet
(sie) abgeben (sie) abgäben
Gebiedende wijs
(du) gib ab
(ihr) abgebt
abgeben Sie
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
abgebend(haben) abgegeben

Voorbeelden van gebruik

Das Land hat bereits zehn Maschinen dieses Typs an Kiew abgegeben.

Vertalingen

Afrikaansgee
Albaneesjap
Catalaansdonar
Deensgive
Engelsgive; impart
Engels (Oudengels)giefan
Esperantodoni
Faeröersgeva
Finsantaa
Fransdonner; passer; abouler; bailler
Hongaarsad; nyújt
IJslandsgefa
Italiaansdare
Jamaicaans Creoolsgi
Jiddischגעבן
Latijndare; donare; doare
Luxemburgsginn
Maleisberi … memberi; memberi; beri; bagi
Nederduitsgeaven
Nederlandsgeven
Noorsgi
Oekraïensдавати
Papiamentsduna
Poolsdać; dawać
Portugeesdar; entregar; ministrar
Roemeensda
Russischдавать; дать
Saterfriesreeke; anreeke; häärreeke
Schotsgie
Schots-Gaelischthoir
Spaansdar
Sranangi
Thaisให้
Tsjechischdát
Turksbahşetmek; vermek
Westerlauwers Friesoanjaan; jaan
Zweedsge; giva