Informatie over het woord operieren (Duits → Esperanto: operacii)

Afbrekingope·rie·ren
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) operiere(ich) operierte
(du) operierst(du) operiertest
(er) operiert(er) operierte
(wir) operieren(wir) operierten
(ihr) operiert(ihr) operiertet
(sie) operieren(sie) operierten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) operiere(ich) operierte
(du) operierest(du) operiertest
(er) operiere(er) operierte
(wir) operieren(wir) operierten
(ihr) operieret(ihr) operiertet
(sie) operieren(sie) operierten
Gebiedende wijs
(du) operiere
(ihr) operiert
operieren Sie
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
operierend(haben) operiert

Vertalingen

Afrikaansopereer
Catalaansoperar
Deensoperere
Engelsoperate
Esperantooperacii
Fransopérer
Nederduitsopereren
Nederlandsopereren
Papiamentsoperá
Portugeesoperar
Saterfriesoperierje
Thaisผ่า
Westerlauwers Friesoperearje
Zweedsoperera