Engels–Nederlands woordenboek

Nederlandse vertaling van het Engelse woord two

Engels → Nederlands
Nederlands → Engels

EngelsNederlands (indirect vertaald)Esperanto
info two
hoofdtelwoord
info twee
hoofdtelwoord
info du
hoofdtelwoord
info the two of us
persoonlijk voornaamwoord
info wij tweeën
persoonlijk voornaamwoord
info <ni, duala, inkluziva>
persoonlijk voornaamwoord
info two hundred
hoofdtelwoord
info tweehonderd
hoofdtelwoord
info ducent
hoofdtelwoord
info twenty
hoofdtelwoord
info twintig
hoofdtelwoord
info dudek
hoofdtelwoord
info twenty‐two
hoofdtelwoord
info tweeëntwintig
hoofdtelwoord
info dudek du
onbekende woordsoort
info twice
bijvoeglijk naamwoord
info twee keer
bijwoord
;
info tweemaal
bijwoord
info dufoje
bijwoord
info twice
bijwoord
info dubbel
bijwoord
info duoble
bijwoord
info twofold
bijvoeglijk naamwoord
(
info double
bijvoeglijk naamwoord
;
info dual
bijvoeglijk naamwoord
)
info dubbel
bijvoeglijk naamwoord
;
info tweeledig
bijvoeglijk naamwoord
;
info tweevoudig
bijvoeglijk naamwoord
info duobla
bijvoeglijk naamwoord
EngelsNederlands
twotwee; tweetal
do number twoeen grote boodschap doen
in twodoormidden; in tweeën; middendoor
one or twoeen paar
put two and two togetherhet een met het ander in verband brengen; zijn conclusies trekken
the two of usmet ons beiden; wij beiden; wij tweeën
two make a pairop één been kan men niet lopen
we twomet ons beiden
one‐twoeen‐tweetje
twentytwintig
twenty‐twotweeëntwintig
twicedubbel; twee keer; tweemaal
two‐faceddubbelhartig; onoprecht
twofolddubbel; tweeledig; tweevoudig
two‐piecedeux‐pièces; tweedelig
two‐plytweedraads; tweelagig
two‐seatertweepersoonswagen
twosomedoor twee personen gespeeld; door twee personen uitgevoerd; paar; tweespan
two‐waybilateraal; in twee richtingen; tweewegs‐; wederkerig
<< >