Engels–Nederlands woordenboek

Nederlandse vertaling van het Engelse woord abhorrent

Engels → Nederlands
Nederlands → Engels

EngelsNederlands (indirect vertaald)Esperanto
info abhorrent
bijvoeglijk naamwoord
(
info abominable
zelfstandig naamwoord
;
info accursed
bijvoeglijk naamwoord
;
info awful
bijvoeglijk naamwoord
;
info detestable
bijvoeglijk naamwoord
;
info ghastly
bijvoeglijk naamwoord
;
info gruesome
bijvoeglijk naamwoord
;
info hideous
bijvoeglijk naamwoord
;
info horrible
bijvoeglijk naamwoord
;
info loathsome
bijvoeglijk naamwoord
;
info nasty
bijvoeglijk naamwoord
;
info vile
bijvoeglijk naamwoord
;
info odious
bijvoeglijk naamwoord
)
info abominabel
bijvoeglijk naamwoord
;
info afgrijselijk
bijvoeglijk naamwoord
;
info afschuwelijk
bijvoeglijk naamwoord
;
info ijselijk
bijvoeglijk naamwoord
;
info verfoeilijk
bijvoeglijk naamwoord
info abomeninda
bijvoeglijk naamwoord
info abhorrent
bijvoeglijk naamwoord
(
info abominable
zelfstandig naamwoord
;
info atrocious
bijvoeglijk naamwoord
;
info detestable
bijvoeglijk naamwoord
;
info ghastly
bijvoeglijk naamwoord
;
info loathsome
bijvoeglijk naamwoord
;
info vile
bijvoeglijk naamwoord
)
info abominabel
bijvoeglijk naamwoord
;
info afgrijselijk
bijvoeglijk naamwoord
;
info afschuwelijk
bijvoeglijk naamwoord
;
info detestabel
bijvoeglijk naamwoord
;
info ijselijk
bijvoeglijk naamwoord
;
info verfoeilijk
bijvoeglijk naamwoord
info abomena
bijvoeglijk naamwoord
info abhorrent
bijvoeglijk naamwoord
info afschuwwekkend
bijvoeglijk naamwoord
info abomeniga
bijvoeglijk naamwoord
info abhor
werkwoord
(
info abominate
werkwoord
;
info detest
werkwoord
;
info loathe
werkwoord
)
info een afschuw hebben van
werkwoord
;
info verafschuwen
werkwoord
;
info verfoeien
werkwoord
info abomeni
werkwoord
info abhor
werkwoord
info een afschuw hebben van
werkwoord
;
info verafschuwen
werkwoord
;
info verfoeien
werkwoord
info malamegi
werkwoord
EngelsNederlands
abhorrentafschuw inboezemend; met afgrijzen vervullend; weerzinwekkend
abhorrent toonbestaanbaar met; onverenigbaar met; tegenstrijdig met
abhoreen afgrijzen hebben van; een afschuw hebben van; verafschuwen; verfoeien
<< >