Engels–Nederlands woordenboek

Nederlandse vertaling van het Engelse woord abed

Engels → Nederlands
Nederlands → Engels

EngelsNederlands (indirect vertaald)Esperanto
info abed
bijwoord
info in bed
bijwoord
;
info te bed
bijwoord
info lite
bijwoord
info bed
zelfstandig naamwoord
(
info patch
zelfstandig naamwoord
)
info bed
zelfstandig naamwoord
;
info perk
zelfstandig naamwoord
info bedo
zelfstandig naamwoord
info bed
zelfstandig naamwoord
(
info channel
zelfstandig naamwoord
;
info watercourse
zelfstandig naamwoord
)
info bedding
zelfstandig naamwoord
info fluejo
zelfstandig naamwoord
info bed
zelfstandig naamwoord
info bed
zelfstandig naamwoord
info lito
zelfstandig naamwoord
info bed
zelfstandig naamwoord
(
info layer
zelfstandig naamwoord
;
info stratum
zelfstandig naamwoord
)
info laag
zelfstandig naamwoord
info tavolo
zelfstandig naamwoord
info bed
zelfstandig naamwoord
(
info berth
zelfstandig naamwoord
;
info encampment
zelfstandig naamwoord
;
info lair
zelfstandig naamwoord
;
info bunk
zelfstandig naamwoord
)
info bedding
zelfstandig naamwoord
;
info leger
zelfstandig naamwoord
info kuŝejo
zelfstandig naamwoord
info bed
werkwoord
(
info put to bed
werkwoord
)
info in bed stoppen
werkwoord
;
info naar bed brengen
werkwoord
info enlitigi
werkwoord
info bed
werkwoord
(
info go to bed
werkwoord
;
info hit the sack
werkwoord
;
info retire
werkwoord
;
info hit the hay
werkwoord
;
info go to rest
werkwoord
;
info retire for the night
werkwoord
;
info retire to bed
werkwoord
;
info retire to rest
werkwoord
)
info gaan slapen
werkwoord
;
info naar bed gaan
werkwoord
info enlitiĝi
werkwoord
info bed
zelfstandig naamwoord
(
info bottom
zelfstandig naamwoord
;
info foundation
zelfstandig naamwoord
;
info ground
zelfstandig naamwoord
)
info achtergrond
zelfstandig naamwoord
;
info bodem
zelfstandig naamwoord
;
info grond
zelfstandig naamwoord
;
info ondergrond
zelfstandig naamwoord
info fundo
zelfstandig naamwoord
EngelsNederlands
abedin bed; te bed
bedbed; bedde; bedding; huwelijk; inbedden; laag; leger; legerstede; naar bed gaan met; onderlaag; perk; te bed leggen; te bed liggen
lie‐abedlangslaper
<< >