Engels–Nederlands woordenboek

Nederlandse vertaling van het Engelse woord à

Engels → Nederlands
Nederlands → Engels

EngelsNederlands (indirect vertaald)Esperanto
info a
voorzetsel
(
info an
voorzetsel
;
info in
voorzetsel
;
info inside
voorzetsel
;
info into
voorzetsel
;
info on
voorzetsel
;
info per
voorzetsel
)
info per
voorzetsel
info en
voorzetsel
info a
lidwoord
info een
onbepaald lidwoord
info <nedifina artikolo>
lidwoord
info a
voorzetsel
(all;
info an
voorzetsel
;
info apiece
voorzetsel
;
info at
voorzetsel
; at the rate of; each;
info for
voorzetsel
;
info per
voorzetsel
)
info per
voorzetsel
info po
voorzetsel
info a
voorzetsel
(
info for
voorzetsel
;
info in behalf of
voorzetsel
;
info in order to
voorzetsel
; on behalf of;
info to
voorzetsel
)
info om
voorzetsel
;
info op
voorzetsel
;
info ten behoeve van
voorzetsel
;
info teneinde
voorzetsel
;
info ter wille van
voorzetsel
;
info voor
voorzetsel
info por
voorzetsel
info a
onbekende woordsoort
(a certain; an;
info any
onbekende woordsoort
;
info some
onbekende woordsoort
)
een
info iu
onbekende woordsoort
info A
zelfstandig naamwoord
info A
zelfstandig naamwoord
info A
zelfstandig naamwoord
a dayper dagen tago
a few (some)
info een paar
bijvoeglijk naamwoord
;
info enige
bijvoeglijk naamwoord
;
info enkele
bijvoeglijk naamwoord
kelke da
info a few
bijvoeglijk naamwoord
(
info any
bijvoeglijk naamwoord
;
info several
bijvoeglijk naamwoord
;
info some
bijvoeglijk naamwoord
;
info some of
bijvoeglijk naamwoord
)
info een paar
bijvoeglijk naamwoord
;
info enige
bijvoeglijk naamwoord
;
info enkele
bijvoeglijk naamwoord
info kelkaj
bijvoeglijk naamwoord
a few (
info certain
bijvoeglijk naamwoord
; some)
info enige
bijvoeglijk naamwoord
iuj
info à la carte
bijwoord
info à la carte
bijwoord
info laŭ la menuo
onbekende woordsoort
info à la mode
bijvoeglijk naamwoord
(
info fashionable
bijvoeglijk naamwoord
)
info modieus
bijvoeglijk naamwoord
info laŭmoda
bijvoeglijk naamwoord
info a little
bijwoord
(
info a bit
bijvoeglijk naamwoord
;
info a handful
bijwoord
;
info slightly
bijwoord
)
info lichtelijk
bijwoord
info iomete
bijwoord
a little (
info a bit
bijwoord
; any amount;
info rather
bijwoord
; slightly; some; some amount;
info somewhat
bijwoord
; to some extent)
een beetje;
info enigszins
bijwoord
;
info wat
bijwoord
iom
a little (some)enigiom da
info a lot
bijwoord
(
info greatly
bijwoord
;
info much
bijwoord
;
info substantially
bijwoord
;
info vastly
bijwoord
)
info een heleboel
bijwoord
info multe
bijwoord
info a priori
bijwoord
info a priori
bijwoord
info apriore
bijwoord
info a priori
bijvoeglijk naamwoord
info apriorisch
bijvoeglijk naamwoord
info apriora
bijvoeglijk naamwoord
info from A to Z
bijwoord
(
info thoroughly
bijwoord
)
info grondig
bijwoord
;
info rijpelijk
bijwoord
;
info door en door
bijwoord
;
info diepgaand
bijwoord
info ĝisfunde
bijwoord
info from A to Z
bijwoord
(
info completely
bijwoord
;
info entirely
bijwoord
;
info through
bijwoord
)
info compleet
bijwoord
;
info geheel
bijwoord
;
info heel
bijwoord
;
info totaal
bijwoord
;
info totaliter
bijwoord
;
info volkomen
bijwoord
;
info volledig
bijwoord
info komplete
bijwoord
info such a
onbekende woordsoort
(
info what
onbekende woordsoort
;
info what a
onbekende woordsoort
)
info hoe
onbekende woordsoort
;
info wat
onbekende woordsoort
;
info welk een
onbekende woordsoort
;
info wat een
onbekende woordsoort
info kia
onbekende woordsoort
info such a
onbekende woordsoort
(
info such
onbekende woordsoort
;
info that kind of
onbekende woordsoort
)
info dergelijk
onbekende woordsoort
;
info dusdanig
bijvoeglijk naamwoord
;
info van dien aard
bijvoeglijk naamwoord
;
info zo
bijvoeglijk naamwoord
; zodanig; zo een;
info zo’n
onbekende woordsoort
;
info zulk
onbekende woordsoort
; zulk een
info tia
onbekende woordsoort
info bric‐à‐brac
zelfstandig naamwoord
info curiosa
zelfstandig naamwoord
info brikabrako
zelfstandig naamwoord
EngelsNederlands
aeen; een zekere; ene; per
a daydaags; per dag
a feween koppel; een paar; enige; enkele
à la carteà la carte
à la modemodieus
a littleeen beetje; enigszins; iets; lichtelijk; wat
a loteen boel; een heleboel; heel veel; heel wat; heleboel
a prioria priori; vooraf; zonder voorafgaand onderzoek
from A to Zvan A tot Z
not know A from Bgeen A voor een B kennen
bric‐à‐bracbric‐à‐brac; brocante; curiosa; rariteiten
<< >