English–Dutch dictionary

Dutch translation of the English word waketh

English → Dutch
  
EnglishDutch (translated indirectly)Esperanto
(arouse; awaken; wake up; awake; waken); ;
🔗 Tom, why didn’t you wake me sooner?
(wake up; awake; waken; awaken);
🔗 He shouldn’t just wake and find me gone.

EnglishDutch
wake bijkomen; dodenwacht; kielwater; kielzog; nachtwake; nasleep; ontwaken; opstaan; opwekken; spoor; waken; wakker maken; wakker roepen; wakker schudden; wakker worden; wakker zijn; wekken; zog