Dutch–English dictionary

English translation of the Dutch word aanvangen

Dutch → English

DutchEnglish (translated indirectly)Esperanto
(beginnen; ingaan; een aanvang nemen; inzetten)
info begin
verb
; ;
info start
verb
(aanvaarden; beginnen; beginnen aan; beginnen met; inzetten; starten)
info begin
verb
; ;
info start
verb
info komenci
unknown part of speech
info aanvang
common noun
(begin; ontstaan)
info beginning
common noun
;
info start
common noun
info komenciĝo
unknown part of speech
info aanvang
common noun
(aanhef; begin)
info beginning
common noun
;
info commencement
common noun
;
info onset
common noun
;
info start
common noun
info komenco
unknown part of speech
info vangen
verb
(beetkrijgen; betrappen; opvangen; pakken; vatten)
info bag
verb
;
info captivate
verb
;
info capture
verb
;
info catch
verb
;
info trap
verb
info kapti
unknown part of speech
DutchEnglish
aanvangenbegin; commence; do; start
wat zullen we ermee aanvangen?what to do with it?
aanvangstart; commencement; beginning; onset
vangenbag; captivate; capture; catch; entrap; nab; net; noose; trap; rope in; take; trip
Word list
<< >