Dutch–English dictionary

English translation of the Dutch word aanrekenen

Dutch → English

DutchEnglish (translated indirectly)Esperanto
info count
verb
(toerekenen; toeschrijven)
info attribute
verb
info imputi
verb
info rekenen
verb
(cijferen)
info figure
verb
info ciferi
verb
info rekenen
verb
(becijferen; berekenen; calculeren; tellen)
;
info count
verb
;
info number
verb
;
info reckon
verb
info kalkuli
verb
info rekenen
verb
info charge
verb
info postuli
verb
DutchEnglish
aanrekenenattribute; count; credit
iemand iets aanrekenenblame somebody for something; hold something against somebody
zich iets als een eer aanrekenentake credit to oneself for something
rekenencalculate; charge; cipher; compute; count; do sums; number; rate; reckon
Word list
<< >