Informatie over het woord motor (Nederlands → Esperanto: motoro)

Uitspraak/ˈmotər/, /ˈmotɔr/
Afbrekingmo·tor
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtmanlijk
Meervoudmotoren /moˈtorə(n)/, motors

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
motortjemotortjes

Voorbeelden van gebruik

Het had geen zin de motoren op volle toeren te laten draaien als er geen gevaar dreigde.
Maar de motor verbrandt olie in plaats van benzine.
We waren de nieuwe motor aan het beproeven.

Vertalingen

Afrikaansenjin
Albaneesmotor
Catalaansmotor
Deensmotor
DuitsMotor
Engelsengine; motor
Esperantomotoro
Finsmoottori
Fransmoteur
Italiaansmotore
Maleismotor; enjin; mesin
Noorsmotor
Papiamentsmotor
Poolssilnik
Portugeesmotor
SaterfriesMotor
Spaansmotor
Tsjechischmotor
Turksmotor
Westerlauwers Friesmotor
Zweedsmotor