Informo pri la vorto masker (nederlanda → esperanto: masko)

Prononco/ˈmɑskər/
Dividomas·ker
Vortspecosubstantivo
Genroneŭtra
Pluralomaskers

Diminutivo
SingularoPluralo
maskertjemaskertjes

Uzekzemploj

Het gehuil der dansers nam nog toe en de medicijnman en zijn helpers kwamen opnieuw te voorschijn uit het raadhuis, met afschuwelijk beschilderde maskers op en berehuiden gedrapeerd om hun lichaam.

Tradukoj

afrikansomasker
anglamask
ĉeĥamaska; škraboška
danamaske
esperantomasko
feroagekkaskortur
finnanaamari
francamasque
germanaMaske
hispanacareta; máscara
hungaraálarc
katalunaantifaç; carota; màscara
okcidenta frizonamomkappe
papiamentoantifas; maskarada
polamaska
portugalamáscara
saterlanda frizonaMaske; Skebällenskop
surinamamaskradu
svedamask