Informatie over het woord nestel (Nederlands → Esperanto: laĉo)

Uitspraak/ˈnɛstəl/
Afbrekingnes·tel
Woordsoortzelfstandig naamwoord

Vertalingen

Catalaansllaç
DuitsSchnur
Engelslace
Esperantolaĉo
Faeröerslissa; snøri; snórur
Franslacet
Papiamentsfeter
Portugeescadarço; cordão; cordel
SaterfriesSnuur
Spaanscordón
Westerlauwers Friesfiter