Informatie over het woord kaart (Nederlands → Esperanto: karto)

Uitspraak/kaːrt/
Afbrekingkaart
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachthistorisch vrouwelijk, tegenwoordig ook manlijk
Meervoudkaarten

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
kaartjekaartjes

Voorbeelden van gebruik

De man bleef daar staan waar hij de kaarten van de Fransman kon zien.
Maar om een misdaad te reconstrueren, moet men het ene feit op het andere stapelen, zoals bij de bouw van een kaartenhuis de ene kaart op de andere.
Ik vermoed echter dat het een kaart is, waarop de plaats staat aangegeven waar een schat verborgen ligt.

Vertalingen

Catalaanscarta; targeta
DuitsKarte; Zettel
Engelscard; map
Esperantokarto
Faeröerskort
Finskortti
Franscarte
Italiaansbiglietto; carta
Maleiskad; kartu
Noorskart
Papiamentskarchi; karta
Portugeescartão
Russischкарта
SaterfriesKoarte; Säädel
Spaanscarta; mapa; naipe; tarjeta
Sranankarta
Thaisการ์ด; บัตร
Turkskart
Westerlauwers Frieskaart
Zweedskarta; kort