Informatie over het woord groep (Nederlands → Esperanto: grupo)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/ɣrup/
Afbrekinggroep
Geslachthistorisch vrouwelijk, tegenwoordig ook manlijk
Meervoudgroepen

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
groepjegroepjes

Voorbeelden van gebruik

Hoelang blijft u weg, en hoeveel personen vormen een groep?

Vertalingen

Afrikaansgroep
Albaneesgrup
Catalaansgrup
Deensgruppe
DuitsGruppe; Gruppierung
Engelsgroup; squad
Esperantogrupo
Faeröersbólkur
Finsryhmä
Fransgroupe
Hongaarscsoport
Italiaansgruppo
Papiamentsgrupo; kuadria; agrupashon
Poolsgrupa
Portugeesgrupo; turma
SaterfriesGruppe; Gruppierenge
Spaansgrupo
Tsjechischgrupa; skupina
Turksgrup
Zweedsgrupp